Meinerswijk
Uiterwaardpark
Vanaf 1991 wordt een groot deel van Meinerswijk door de Gemeente Arnhem als uiterwaardpark beheerd. Weilanden met sloten en prikkeldraad hebben plaatsgemaakt voor een aaneengesloten gebied met ruigtes en natte plekken. Zwartbonte koeien zijn vervangen door Galloway-runderen en Konik paarden. Laatstgenoemde dieren zijn het hele jaar buiten. Ze houden de vegetatie kort en helpen mee te voorkomen dat het gebied dichtgroeit met bomen.
Tijdens hoogwater verblijven de grazers op de droge hooggelegen delen van Meinerswijk.
De grauwe gans houdt het waterrijke deel van het gebied open. Tijdens de slagpenrui verblijven deze ganzen in het gebied en vinden ze voedsel op en bij de geïsoleerd liggende eilanden in de zuidelijke plassen.
Water
Meinerswijk vervult een belangrijke waterbergende functie. Als de Rijn grote hoeveelheden water moet afvoeren, worden de doorlaatbruggen bij Malburgen en bij de Drielse dijk opengezet zodat een groene, brede rivier ontstaat. Meinerswijk is dan één groot spaarbekken.
Als het water is gezakt blijven kleine klei- en zanddeeltjes achter. Ook zaden van planten komen mee waardoor er nieuwe soorten planten vestigen.
Rijkswaterstaat stelt wel als eis dat het water vrij kan stromen en kan voorschrijven dat de bomen niet te groot en te hoog mogen worden.
Vogels
Op de plassen verblijven het hele jaar door eenden en ganzen. De wilde eend, kuifeend, krakeend en slobeend zijn vrijwel het hele jaar aanwezig. In de winter zijn er bovendien tafeleend, smient en grote zaagbek.
De grauwe gans broedt in Meinerswijk en is het hele jaar aanwezig. In de winter komen er ook kolganzen bij. Incidenteel komen ook brandgans, canadese gans en rietgans naar het gebied.
In de zomerseizoen broeden kleine karekiet, bosrietzanger, blauwborst en rietzanger in de rietkragen.
Steltlopers zoals de kievit, tureluur en de watersnip zijn vaste bezoekers van het gebied. In de trektijd kunnen ook het bokje, de groenpootruiter, de oeverloper, de bonte strandloper gespot worden.
Later in het seizoen trekken grote groepen zaadeters door het gebied. Plantenzaden vormen een rijke voedselbron voor vinkachtigen, zoals de groenling, putter, vink en kneu. Scherpe waarnemers vinden ook schaarse soorten in deze groepen.
Buizerd en torenvalk jagen regelmatig op muizen. Deze vogels zijn het hele jaar jaar te zien. Roofvogels op doortrek kunnen voor een verrassing zorgen zoals een visarend of een rode wouw.
Baksteenindustrie
In de 19e en 20e eeuw heeft de baksteenindustrie een belangrijke rol vervuld. Aanvankelijk werd in handkracht klei gewonnen voor de baksteenindustrie. De fabrieken stonden dichtbij de plek werd de klei werd afgegraven. In de loop van de 20e eeuw werden graafmachines gebruikt en kon gewonnen klei over grotere afstanden vervoerd worden. Ook het productieproces in de fabriek veranderde mee.
In de periode dat er kleinschalig klei werd afgegraven ontstonden laagtes die door de rivier werden opgevuld met zand en klei. Na een aantal jaren werd er op dezelfde plek weer klei gewonnen. Later werden de kleigaten dieper en bleef er water in staan. In de jaren dertig van de 20e eeuw werden deze gaten gevuld met afval. Dit is ook in Meinerswijk gebeurd.
Door de schaalvergroting in de baksteenindustie zijn veel fabrieken gesloten, ook de drie die in Meinerswijk actief waren.
De steenfabriek in het uiterwaardpark is bewaard gebleven als herinnering aan de baksteenindustrie.
IJssellinie
Een heel ander zichtbaar stuk geschiedenis vormen de restanten van de IJssellinie.
In 1951 gaf de Ministerraad toestemming om en verdedigingslinie tegen vijandelijke aanvallen uit het oosten te vormen. Het was de bedoeling om de aanvaller te vertragen door een strook water en modderig land tussen Nijmegen en het IJsselmeer. Het water van de Waal en Rijn zou via de IJssel geleid worden waardoor een strook land van 5 bij 100 kilometer onder water zou komen te staan. Er zouden meer dan 200.000 mensen ,70.000 dieren geevacueerd moeten worden. Vanaf de jaren zestig werd duidelijk dat de IJssellinie nooit dienst zou doen. Bunkers in de buurt van de steenfabriek vormen de zichtbare herinnering.
Romeinen en middeleeuws kasteel
Het principe van de IJssellinie was niet nieuw. De Romeinen bouwden ook al een verdedigingslinie en wel aan de noordkant van hun grote Rijk. Restanten van een Romeins Castellum - in de grond aan de zuidoost kant van Meinerswijk - vormen hiervan het bewijs.
In de middeleeuwen was er "De Heerlijkheid Meinerswijk" , een klein kasteel. Ten noorden van de Meginhardweg ligt een wat bol weiland dat de locatie van het Huis markeert.
Meer over Meinerswijk
|